De afgelopen tijd is het vaak gegaan over het Ravijnjaar 2026 dat de gemeenten te wachten stond. De Rijksoverheid was namelijk van plan flink te korten op de uitgaven aan de gemeenten, waardoor deze als het ware in een financieel ravijn zouden storten.

Na langdurige protesten door de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, is dit ravijn voor de korte termijn gedicht. Tot en met 2027 zijn de kortingen misschien van de baan. Maar in 2028 wordt er waarschijnlijk weer gekort. Althans, voor wat deze verwachtingen allemaal waard zijn. Want de gemeenten hebben structureel te maken met een jojo aan beleidsvoornemens van de landelijke overheid. Het eenvoudigst kan ik dit aantonen met de fluctuaties waarmee mijn eigen gemeente Berkelland te maken heeft gehad. Maar het beeld geldt voor alle gemeenten.
In mei 2024 moest er rekening worden gehouden met een tekort van 8 miljoen in 2026. Met dat gegeven konden de wethouder financiën en de ambtenaren gaan uitrekenen welke bezuinigen er mogelijk waren en dit aan de gemeenteraad voorleggen. Dat kostte heel veel tijd en zorgde ook voor veel onrust.

Vier maanden later, in september 2024 bleek de schade ineens mee te vallen en was het tekort gehalveerd tot 4 miljoen. Dus nieuwe tijdrovende rekensessies, informatierondes enzovoorts. En, voor alle duidelijkheid, het Rijk mag dan wel met structurele tekorten werken, de gemeenten zijn verplicht een sluitende meerjarenbegroting te hebben. Tekorten laten oplopen is er dus niet bij.

De Voorjaarsnota 2025 van het Rijk bleek goed nieuws te bevatten, want het zag er naar uit dat het tekort geheel zou verdwijnen. Dus konden de rekenmeesters weer aan de slag om een nieuwe begrotingsopzet voor het volgend jaar te maken. Maar ook deze kon snel de prullenbak in, want de onlangs verschenen Meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken levert waarschijnlijk een kleine plus op. Voor de bevestiging hiervan moeten de gemeenten nog wel even wachten tot de volgende Septembercirculaire is verschenen.
Als gemeenteraadslid ben je natuurlijk tevreden over deze voorlopige uitkomst. Alleen, in al die Nederlandse gemeenten zijn natuurlijk duizenden uren gestoken om al die verwachtingen te becijferen en hierover te overleggen met zowel raadsleden als met lokale instellingen op het gebied van zorg, sport, cultuur enzovoorts.

De hamvraag daarbij is hoe kun je in vredesnaam op deze manier op een gedegen manier plannen maken voor de toekomst. Want van het ravijn zijn de gemeenten in drijfzand terecht gekomen. En dit heeft natuurlijk ook z’n weerslag op al die partijen in die gemeenteraden die nu aan het werk zijn met de programma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar. Hoe moet je dit aanpakken?

Het is dan ook te hopen dat er na de komende landelijke verkiezingen een kabinet komt dat met een langjarige klare lijn komt. Honderd procent zekerheid bestaat natuurlijk niet. Maar het drijfzand waarop de gemeenten nu hun plannen voor de toekomst moeten baseren is onwerkbaar.

Jan Zappeij,

Fractievoorzitter Berkellandse Burgerpartij.