Beleidsmakers hebben het er maar druk mee met de vergrijzing, het tekort aan zorgpersoneel en de vraag hoe we al die ouderen een beetje fatsoenlijk oud kunnen laten worden. De nieuwste vondst uit de beleidskoker is de zogeheten woonzorgwijk.
Klinkt goed, toch? Ouderen met een zorgvraag wonen straks dicht bij elkaar, in aangepaste woningen, met zorg en voorzieningen om de hoek. De wijkverpleegkundige hoeft niet meer kriskras door het buitengebied te rijden, maar kan te voet of op de fiets haar ronde doen. Dat scheelt tijd, geld en personeel.
Zorgzaam en duurzaam, zo staat het dan in de notitie. De wethouder knikt tevreden, alweer een probleem dicht bij een oplossing gebracht. Maar zoals wel vaker, blijkt de praktijk een tikje weerbarstiger. Want, waar is die wijk dan in Vorden of Varsseveld, in Groenlo of Gaanderen en Gendringen, in Borculo of Beek.
De beleidsvisie roept op tot het clusteren van zorgbehoevenden. Maar dan volgt de onvermijdelijke vraag, waar precies in Varsseveld of Vorden, in Borculo of Beek, in Groenlo of Gaanderen. Welke wijk in welke kern heeft voldoende geschikte woningen? En vooral: liggen die woningen een beetje bij elkaar?
Het antwoord is vaak een heel simpel nee. De paar woningen die geschikt zijn, liggen verspreid door het dorp. Eén bewoonster op de Esweg, twee op de Lindelaan, drie achter de kerk. Je krijgt er eerder een verzorgingsmozaïek van dan een woonzorgwijk.
En dan hebben we het nog niet over de bewoners zelf. Die moeten het allemaal maar willen. Ouderen uit hun huis laten verhuizen “omdat het beleid dat handig vindt”? Succes. Dwang mag niet, en dreigen met ‘dan komt er geen zorg meer’ is juridisch en moreel onhoudbaar.
En verhuispremies? Die zullen bij de meeste gemeenten ongeveer net zo haalbaar zijn als een spoorlijn tussen Doetinchem en Enschede. Of de start van de Tour de France in de Achterhoek.
Dat betekent niet dat het hele idee onzinnig is. Integendeel: concentratie van zorg en wonen kan echt voordelen opleveren, mits je weet waar, wanneer en hoe. Maar dan moet je als gemeente of regio wel eerst bedenken wáár je die woonzorgwijk zou willen maken, en hoe je mensen daar vrijwillig naartoe beweegt.
Zonder dat blijft het een papieren paradijs dat er prachtig uitziet op de flip-over tijdens een bijeenkomst met de gemeenteraad, maar vooral prettig voor de wethouders en beleidsmakers zelf. Want zoals het gezegde gaat: op papier is alles mogelijk. Vooral in Word.
En laten we eerlijk zijn, met zo’n term als “woonzorgwijk” is het wachten op creatieve bijnamen. Je hoort ze al ontstaan aan de stamtafel: bejaarden-concentratiezone, rollatordorp, of — iets chiquer — grijze enclave. De fantasie van de Nederlander is tenslotte eindeloos, zeker als het beleid net iets te serieus overkomt.
Overigens wordt er in Den Haag inmiddels ook weer voorzichtig gesproken over iets wat lange tijd vloeken in de beleidskerk was, namelijk de heroprichting van verzorgingshuizen. Staatssecretaris Pouw-Verweij noemde het recent als serieuze optie. Die instellingen verdwenen ooit in het kader van het mantra “zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen”, met als resultaat dat veel ouderen nu pas in beeld komen als het eigenlijk al niet meer gaat, en het verpleeghuis de enige uitweg is.
Misschien is het tijd om eerlijk te erkennen dat tussen thuis en verpleeghuis wel degelijk een middenweg nodig is. En dat je daarvoor geen nieuwe termen hoeft te bedenken, maar gewoon weer kunt praten over het verzorgingshuis. Geen nieuw concept, wel een beproefd recept. Misschien dat zo het beleid dan weer een stapje dichter bij de werkelijkheid komt.
Ruurlo, 7 augustus 2025,
Jan Zappeij, fractievoorzitter Berkellandse Burgerpartij.